Anchusa ossentong

Dichotome tabel voor bladmineerders

1a vlekmijn; larve mineert vanuit een zak: Coleophora pennella

1b gang- of blaasmijn => 2

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a mijn onder- of bovenzijdig; larve een made => 3

2b mijn tenminste gedeeltelijk voldiep; larve met borstpoten en gechitiniseerde kop => 4

3a gangmijn van begin tot eind; verpopping in de mijn: Chromatomyia horticola

3b gangmijn, gevolgd, en meestal overlopen, door een grote bruine blaas: Agromyza abiens

4a blaas, voorafgegaan door een zeer lange, draaddunne, epidermale gang: Dialectica scalariella

4b mijn anders => 5

5a blaasmijn met een sterke ophoping van frass in het, sterk opgeblazen, centrale deel; verpopping in de mijn => 6

5b mijn klein, onbepaald van vorm, niet sterk opgeblazen, met weinig frass; oudere larven leven vrij tussen samengesponnen bladeren: Cnephasia asseclana

6a mijn meestal in de bladbasis, doet het blad sterk vervormen; de larve kan ook leven in een galachtig opgezwollen deel van de stengel; op Anchusa ongewoon: Cynaeda dentalis

6b mijn vaker in het topdeel van het, minder vervormde, blad; vooral op Anchusa: Epascestria pustulalis

Niet in de tabel opgenomen: Agromyza myosotidis; Cynaeda gigantea.

mod 21.iv.2019