Chenopodium ganzenvoet

Incl. Blitum, Lipandra.

Dichotome tabel voor bladmineerders

1amijn van begin tot eind in een blad => 2

1b een gedeelte van de mijn bevindt zich in de bladsteel en stengel => 20

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a blaasmijn, zonder spoor van een begingang => 3

2bblaasmijn, voorafgegaan door een begingang => 10

2cgangmijn van begin tot einde => 15

2dvlekmijn => 17

2emijn van onbepaalde vorm, klein (larven met kop en borstpoten; oudere larven tussen samengesponnen bladeren) => 18

3alarve met duidelijke kop en poten => 4

3blarven kop- en pootloze maden; bij het begin van de eerste mijn (de larven kunnen verhuizen) een groepje langgerekte eischaaltjes: Pegomya-soorten (van P. conformis, exilis en interruptella -de eerste twee bekend uit Nederland en Belgiƫ- zijn mijnen en larven niet beschreven) => 8

4a mijn bevat vrijwel geen frass; larve mineert vanuit een spinselbuis: Scrobipalpa atriplicella

4bmijn bevat normaal frass; larve leeft in de mijn => 5

5amijn bruin van tint, vaak door spinsel samengetrokken tot een onduidelijke vouwmijn; frass fijnkorrelig; larve leeft later vrij in bladkoker: Calybites phasianipennella

5bmijn wit, vlak; veel zwarte of groene frass, klonterig of in boogjes; larven blijven in de mijn => 6

6ablaasmijn; frass in een grote zwarte klodder => 7

6bdarmachtig gekronkelde gangmijn; frass in brede groene waaiers: Chrysoesthia drurella

7a laagland-soort: Chrysoesthia sexguttella

7b gebergte-soort: Chrysoesthia verrucosa

8alarve: van de tanden op de mandibel is de onderste ongewoon groot: Pegomya cunicularia

8bonderste tand niet zo extreem groot => 9

9ahoek tussen de laatste en voorlaatste tand van de mandibel bijna recht: Pegomya betae

9bhoek tussen de laatste en voorlaatste tand van de mandibel zeer scherp: Pegomya hyoscyami

10amijn bruin van tint, vaak door spinsel samengetrokken tot een onduidelijke vouwmijn; frass fijnkorrelig; larve leeft later vrij in omgerolde bladrannd: Calybites phasianipennella

10bmijn wit of geelgroen => 11

11alarve met duidelijke kop en poten; mijn voldiep: Scrobipalpa nitentella

11blarve een kop- en pootloze made; mijn niet geheel voldiep => 12

12aprimaire vraatlijnen zichbaar; frass in grote klodders => 7

12bgeen vraatlijnen zichtbaar; frass in fijne korrels => 13

13aslordig smal gangetje, vrij plotseling overgaand in een blaasje; mijn vrij klein; aan het begin aan bladonderzijde een eischaaltje (kan later afvallen): Psilopa leucostoma

13bgangbegin relatief kort en breed, overgaand in een grote blaas; geen eischaaltje => 14

14apuparium in het blad (soms in een apart, klein mijntje); mijn met brede uitlopers, waarin groene frassophopingen: Scaptomyza graminum

14blarve verpopt buiten de mijn; frass spaarzaam, fijnkorrelig, zwart: Amauromyza flavivfons

15agang voldiep, darmachtig gewonden; veel, groene frass in boogjes; larve met kop en poten: Chrysoesthia drurella

15bgang onder- of bovenzijdig, onregelmatig lopend; frass in zwarte korrels of sliertjes; larve een kop- en pootloze made => 16

16apuparium in de mijn (meestal in onderzijdig kamertje), frass in korrels: Chromatomyia horticola

16blarve verpopt buiten de mijn; frass in sliertjes: Liriomyza bryoniae

17 In de bloeiwijzen van Chenopodium en ook andere Amaranthaceae, vooral wanneer die groeien in het kustgebied, leeft een aantal Coleophora-soorten op de ontwikkelende vruchten. De zakken lijken zo sterk op elkaar dat ze alleen door kweken te determineren zijn. In het algemeen mineren ze niet op de bladeren. Voorzover de literatuur daar duidelijkheid over geeft is de enige soort die als bladmineerder kan worden aangemerkt: Coleophora sternipennella

18a larve: pinacula kleurloos (wel is de basis van de setae zelf zwart): Cnephasia incertana

18b pinacula zwart => 19

19a larve: achter/onder de anus een chitineuze kam: Cnephasia asseclana

19b geen anale kam aanwezig: Cnephasia stephensiana

20a mijn in stengel of hoofdnerf, met uitlopers in de bladeren => 21

20bmijn begint in een blad, vandaar gaat de larve de stengelschors in, en uiteindelijk het merg van de stengel: Amauromyza chenopodivora

21alarve met kop en poten: Scrobipalpa obsoletella

21blarve een kop- en pootloze made: Delia echinata

Niet in de tabel opgenomen: Amauromyza karli; Coleophora versurella; Liriomyza trifolii; Tuta absoluta.

mod 1.vii.2019