Luzula veldbies

Dichotome tabel voor bladmineerders

1a aan begin van de mijn een eischaaltje, bedekt met een zwart-glimmend laagje opgedroogd secreet: Aphanisticus pusillus

1b ei onzichtbaar, afgezet in het plantenweefsel => 2

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a mijn boven- of onderzijdig; larve een made; verpopping in de mijn => 3

2b mijn voldiep, doorzichtig; larve met gechitiniseerde kop; verpopping in of buiten de mijn => 7

3a mijn begint onderzijdig, is later bovenzijdig; frass in vrij veel losse korrels; voorspiracula van het puparium steken door de epidermis naar buiten; larve: achterspiracula met 18-25 kleine knopvormige papillen: Chromatomyia luzulae

3b mijn bovenzijdig of interparenchymaal; frass in 1à 2 grote klonten; voorspiracula steken niet door de epidermis heen; achterspiracula met 1-3 sterk verlengde papillen => 4

4a Op Luzula albida: Cerodontha carpatica

4b op Luzula campestris, multiflora, pilosa => 5

4c op Luzula sylvatica => 6

5a uitsluitend op Luzula pilosa; larve: voorspiraculum met 18-20 papillen: Cerodontha handlirschi

5b niet uitsluitend op Luzula pilosa; larve: voorspiraculum met 9-17 papillen: Cerodontha bimaculata

6a larven in april-september; mijn eindigt vaak in de bladschede; larve: de 3 papillen van de achterspiracula zijn lang en steken haaks af; puparium: achterspiracula ver uiteen: Cerodontha silvatica

6b larven in augustus-november, misschien nog later; mijn gewoonlijk beperkt tot de bladschijf; van de 3 papillen is er één zeer lang, en de andere twee, die korter zijn, liggen in een halve cirkel om de basis van de eerste gevouwen; puparium: achterspiracula op gezamelijke sokkel, elkaar rakend: Cerodontha luzulae

7a heel kort mijntje vanuit de basis van de bladschijf: Glyphipterix fuscoviridella

7b mijn (veel) langer, niet geassocieerd met de basis van de bladschijf: Elachista-soorten, erg lastig te determineren => 8

8a mijn lang en smal, gangachtig (jonge mijnen, in najaar en winter) => 9

8b mijn bijna zo breed als het blad (oudere mijnen, vooral in het voorjaar) => 11

9a gang meandert onregelmatig; larve grijswit: Elachista gleichenella

9b gang met opvallend onregelmatig uitgevreten zijden: Elachista apicipunctella

9c gang grotendeels parallel aan de bladnervatuur => 10

10a gang < 5 cm; jonge larve citroengeel (later groengrijs): Elachista regicifella

10b gang > 10 cm; larve geelwit met twee roodachtige lijnen op de rug: Elachista trapeziella

11a mijn opgeblazen, met duidelijke plooien in de lengte van het blad => 12

11b mijn vlak, zonder plooien => 13

12a larve kleurloos: Elachista quadripunctella

12b larve zwartgroen: Elachista regificella

12c larve grijswit: Elachista geminatella

12d larve beenkleurig: Elachista albifrontella

12e larve matgroen: Elachista tengstromi

13a larve roze, met vier creme-kleurige lengtestrepen: Elachista trapeziella

13b larve grijsgroen: Elachista gleichenella

13c larve geel: Elachista nobilella

Niet in de tabel opgenomen Chromatomyia beigerae.

mod 9.x.2017