Setaria naaldaar

Dichotome tabel voor bladmineerders

1a aan het begin van de mijn (vaak in een bladschede) een eischaaltje buitenop het blad; larve: mandibel met 1 tand: Hydrellia griseola

1b geen eischaaltje te zien; mandibel met tenminste 2 tanden => 2

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a puparium in de mijn; larve: kopskelet van het Phytomyzinae-type => 3

2b verpopping buiten de mijn; kopskelet van het Agromyzinae-type => 5 *

3a puparium oranjebruin; voorspiracula steken door epidermis naar buiten: Chromatomyia nigra

3b puparium metalliek zwart, zonder verbinding met buitenwereld => 4

4a larve: de zwarte wratten aan de buitenzijde van de achterspiracula klein, zonder ‘wortel’: Cerodontha incisa

4b deze wratten groot, met een diepe donkere ‘wortel’: Cerodontha pygmaea

5a larve: achterspiracula raken elkaar: Agromyza albipennis

5b achterspiracula door minstens hun diameter van elkaar gescheiden => 6

6a larve: ventraal, achter de mandibels een veldje met brede stekeltjes; mandibel met 2 tanden: Agromyza nigrella

6b niet zo’n veldje; mandibel met 4 tanden (voorkomen op deze waardplant niet zeker): Agromyza nigripes

* Zie ook de tabel voor gras-bewonende Agromyza-larven.

Niet in de tabel opgenomen: Ochsenheimeria capella

mod 9.x.2017