Abacarus hystrix (Nalepa, 1896)

op grassen

gal

de mijten leven tussen de lengte-ribbels aan de bovenzijde van de bladeren. De bladeren worden bleek grijsgroen, en zijn onvolledig ontvouwd.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agropyron cristatum; Agrostis capillaris, gigantea; stolonifera; Alopecurus pratensis; Anisantha sterilis, tectorum; Apera spica-venti; Arrhenatherum elatius; Avena sativa; Avenula pubescens; Bromopsis erecta, inermis, ramosa; Bromus hordeaceus; Calamagrostis arundinacea, epigeios; Ceratochloa carinata; Corynephorus canescens; Dactylis glomerata; Elytrgia repens; Festuca ovina, rubra; Festulolium braunii, loliaceum; Helictochloa pratensis; Holcus lanatus; Hordeum murinum, vulgare; Leymus arenarius; Lolium x hybridum, multiflorum, perenne; Melica nutans, uniflora; Ochlopoa annua; Phalaroides arundinacea; Phleum pratense; Poa angustifolia, pratensis;
Puccinellia distans; Schedonorus arundinaceus, giganteus, pratensis; Sesleria caerulea; Triticale rimpaui; Triticum aestivum.

synoniemen

Callyntrotus, Phytocoptes, hystrix.

opmerkingen

gedurende de laatste 50 jaar is het aantal beschreven galmijt-soorten sterk uitgebreid, en dat geldt in het bijzonder voor gras-bewoners. Vele zijn niet symptomatisch, en worden in deze website niet genoemd. Nog meer dan bij andere plantengroepen geldt dat bij grassen mijten-gallen niet op grond van plantensoort + symptoom kunnen worden gedetermineerd.

DNA-onderzoek heeft bovendien aangetoond dat onder “A. hystrix” een heel complex van soorten schuil gaat (Skoracka & Dabert, 2010a).

literatuur

Boczek & Petanović (1996a), Buhr (1964b), Denizhan (2011a), Denizhan, Monfreda, de Lillo & Çobanoğlu (2015a), Farkas (1965a), Houard (1908a), Keifer, Baker, Kono, Delfinado & Styer (1982a), Petanović & Stanković (1999a), Rector, Czarnoleski, Skoracka & Lembicz (2016a), Ripka (2007a, 2009b), Roivaianen (1947a, 1950a, 1951a), Skoracka (2006a), Skoracka & Dabert (2010a), Skoracka, Lewandowski & Boczek (2005a), Tomasi (2014a).

mod 30.vii.2018