Aceria tenuis (Nalepa, 1891)

gewone grasaarmijt

op Poaceae

Aceria tenuis mites on Bromopsis erecta

Bromopsis erecta, België, prov. Namen, Couvin, lieu-dit “Roche Albéric”, 24.vi.2018 © Stéphane Claerebout

Aceria tenuis mites on Bromopsis erecta

de dichtheid van de mijten kan zeer groot zijn.

Aceria tenuis on Dactylis gomerata

Dactylis glomerata, Zeewolde, Harderbos © Hans Jonkman

Aceria tenuis: gall of Bromus spec.

Bromus spec., België, prov. Luxemburg, Tellin, Tienne des Vignes © Carina Van Steenwinkel

Aceria tenuis: gall of Bromus spec.

oude gal

Aceria tenuis: galls of Bromus spec.

variatie

Aceria tenuis: immature mite

mijn (onvolgoeid; volwassen dieren zin veel slanker)

Aceria tenuis: galling inflorescence of Apera spica-venti

Apera spica-venti, Brummen, Hall © Arnold Grosscurt

Aceria tenuis: galling inflorescence of Phleum pratense

Phleum pratense, België, prov. Namen, Dourbes © Stéphane Claerebout

Molinia caerulea, België, prov Luik, Chaudfontaine, Bois de la Rochette © Jean-Yves Baugnée

cf Aceria tenuis: gall on Elytrigia repens

Elytriga repens, Zeewolde, Harderbos © Hans Jonkman

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Aeluropus littoralis; Agrostis capillaris, stolonifera; Alopecurus pratensis; Anisantha madritensis, sterilis, tectorum; Anthoxanthum odoratum; Apera spica-venti; Avena sativa; Avenella flexuosa; Avenula pubescens; Brachypodium pinnatum; Briza media; Bromopsis benekenii, erecta, inermis; Bromus arvensis, commutatus, hordeaceus, racemosus, secalinus; Calamgrostis arundinacea, canescens, epigeios, neglecta, purpurea & subsp. phragmitoides; Cynosurus cristatus; Dactylis glomerata; Danthonia decumbens; Deschampsia cespitosa, flexuosa; Elymus repens; Festuca arenaria, rubra; Glyceria fluitans; Helictochloa pratensis; Holcus lanatus; Hordeum murinum, vulgare; Leymus arenarius; Lolium perenne; Milium effusum; Molinia caerulea; Phalaroides arundinacea; Phleum pratense, phleoides; Poa angustifolia, compressa, pratensis & subsp. irrigata; Schedonorus arundinaceus, pratensis; Sesleria caerulea; Setaria viridis; Triticum aestivum.

gal

de mijten leven in de lengtegroeven van de grasbladeren; op grassen met gladde bladeren komen ze veel minder voor. Bij grote dichtheden treedt inrolling en verdorring van bladeren op, groeistoring, ook vervormingen en vergroening van de bloeiwijze.

synoniemen

Eriophyes tenuis.

opmerking

gallen als hierboven afgebeeld worden in de gallen-literatuur traditioneel toegeschreven aan Aceria tenuis. Op grassen leven echter heel wat meer galmijten die bij grotere dichtheden vermoedelijk groeistoringen kunnen veroorzaken.

inquilinen

? Aceria cornuta, Aculodes dubius.

predatoren

Arthrocnodax spec.

literatuur

Boczek & Petanović (1996a), Buhr (1964b, 1965a), Carbonnelle, George, Giot & Romain (2018a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Farkas (1965a), Houard (1908a), Jočić & Petanović (2012a), Koops (2013a), Petanović & Stanković (1999a), Redfern & Shirley (2011a), Ripka (2007a), Roivainen (1947a, 1950a, 1951a), Roskam (2009a), Skoracka, Lewandowski & Boczek (2005a), Stănescu (2009a), Tomasi (2003a, 2012a, 2014a), Weidner (1954a).

mod 30.vii.2018