Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Apteropeda orbiculata

Apteropeda orbiculata (Marsham, 1802)

Apteropeda orbiculata

Plantago major, Duitsland, Schwarzwald

Apteropeda orbiculata

detail

Apteropeda orbiculata: mine on Cirsium arvense

Cirsium arvense, België, prov. Namen, Gembloux; © Jean-Yves Baugnée

Apteropeda orbiculata mine

Verbascum lychnitis, België, prov. Luik, Theux, Le Rocheux; © Jean-Yves Baugnée

Apteropeda orbiculata: gallery mine on Stachys sylvatica

Stachys sylvatica, België, prov. Namen, Couvin, Ry de Pernelle: aan de opening rechts is te zien dat de larve daar aan een nieuwe gang begonnen is © Stéphane Claerebout

Apteropeda orbiculata: secondary blotch mine on Stachys sylvatica

secundaire blaas

Apteropeda orbiculata s.l.  larva and mine on Stachys sylvatica

Stachys sylvatica, België, prov. Namen, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout; de larve is juist begonnen aan een nieuwe mijn

Apteropeda orbiculata: mine on Galeopsis spec.

Galeopsi spec., Biddinghuizen, Spijk- en Bremerbergbos © Hans Jonkman

Apteropeda orbiculata: mine on Galeopsis spec.

ander exemplar

mijn

Vrij lange voldiepe gang die door het blad slingert en zich regelmatig kan oversnijden. De gang verbreedt zich later vrij sterk. Frass normaliter in dunne middenlijn, maar kan ook aan de zijkant liggen of ontbreken. De larven verlaten regelmatig een mijn om elders opnieuw te beginnen; ze verpoppen zich buiten de mijn. Aan de hand van de mijn en, voorzover bekend, de larve niet te onderscheiden van verwante soorten (Hering, 1957a). Wel is globosa veel minder polyfaag dan orbiculata. Zie Rheinheimer & Hassler (2018a) voor de verschillen in de imagines tussen orbiculata, globosa en splendida.

waardplanten

Polyfaag, voorkeur voor Lamiaceae

Ajuga genevensis, reptans; Aster; Bellis perennis Carduus; Centaurea; Cirsium arvense; Clinopodium vulgare; Digitalis grandiflora, lutea, purpurea; Galeopsis tetrahit; Glechoma hederacea, hirsuta; Kickxia; Lamium; Linaria; Origanum; Pedicularis; Plantago atrata, lanceolata, major; Primula obconica; Prunella; Rhinanthus; Satureja; Scrophularia; Stachys officinalis, recta, sylvatica; Teucrium; Verbascum lychnitis; Veronica chamaedrys.

fenologie

Larven in mei-juli (Hering, 1957a); één generatie per jaar, overwintering als imago (Cox, 2007a).

BENELUX

BE Fauna Europaea (2007).

NE Beenen & Winkelman (1993a).

LUX Fauna Europaea (2007).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken tot Spanje en Italië, en van Frankrijk tot de Ukraine; ook de Britse Eilanden (Cox, 2007a; Fauna Europaea, 2007).

larve

synoniemen

Vermeldingen van mijnen van Mniophila muscorum (Koch) berusten op verwarring met A. orbiculata (Beenen ea, Cox, 1997a). M. muscorum leeft op mossen.

literatuur

Ahr (1966a), Bahillo de la Puebla & Román (2009a), Baviera & Biondi (2015a), Beenen, van Nunen & Winkelman (2006a), Beenen & Winkelman (1993a), Beiger (1960a), Buhr (1933a, 1964a), Cox (1997a), Doguet (1994a), Hering (1924a, 1925a,b, 1930a,b, 1957a), Huber (1969a), Konstantinov & Vandenberg (1996a), Maček (1999a), Michna (1975a), Petitpierre i Vall (1994a), Rheinheimer & Hassler (2018a), Robbins (1991a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Warchalowski (2003a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 15.vii.2020