Dibolia occultans (Koch, 1803)

zwarte gaffelaardvlo

op Lamiaceae

Dibolia occulatans: mine on Mentha arvensis

Mentha arvensis, Vlodrop-Station © Ingeborg Beenen

mijn

Grote voldiepe blaasmijn, met brede uitlopers, zonder begingang. Veel frass. De larve verlaat voor de verpopping de mijn.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Clinopodium; Leonurus cardiaca; Mentha aquatica, arvensis, x piperita, pulegium, suaveolens; Prunella.

fenologie

Larven in april-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE aanwezig (Fauna Europaea, 2007).

NE Nederlandse soort (Beenen & Winkelman, 1993a; Fauna Europaea, 2007).

LUX aanwezig (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van het Iberisch schiereiland, Italië en de Balkan tot Noorwegen and Rusland; niet in de Britse Eilanden (Fauna Europaea, 2007). Ook op de Canarische Eilanden en in Noord-Afrika (Warchalowski, 2003a).

larve

Ogloblin & Medvedev (1971a): kop

synoniemen

Dibolia menthae Hering [cf Hering 1957a p. 684].

literatuur

Beenen (2013a), Beenen & Winkelman (1993a), Beenen, Winkelman, van Nunen ao (2015a), Beiger (1955a), Buhr (1933a), Bukejs (2009a), Doguet (1994a), Drăghia (1972a), Hering (1930a, 1936b, 1957a), Mohr (1981a), Ogloblin & Medvedev (1971a), Rheinheimer & Hassler (2018a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Steinhausen (1994a), Ugarte San Vicente (2005a), Warchalowski (2003a).

mod 23.vi.2019