Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Galerucella pusilla

Galerucella pusilla (Duftschmidt, 1825)

gouden kattenstaarthaantje

Galerucella pusilla larva

Lythrum salicaria, Canada © Agriculture and Agri-Food Canada Archive

mijn

Kort, voldiep gangmijntje; frass in centrale lijn. De gangwanden zijn slordig uitgeknaagd. De larve verlaat al vrij spoedig de mijn en leeft daarna vrij onder het blad, en veroorzaakt daar op grote schaal venstervraat.

waardplanten

Lythraceae, monofaag

Lythrum salicaria.

fenologie

Larven mineren in juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE waargenomen (Beenen & Winkelman, 1993a; Fauna Europaea, 2007).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van het Iberisch Schiereiland, Ierland en Noorwegen tot Mongolië (Cox, 2007a; Fauna Europaea, 2007; Warchalowski, 2003a).

pop

Zie Steinhausen (1994a, 1996b, 2002a).

synoniemen

Altica, Neogalerucella, Pyrrhalta, pusilla.

opmerkingen

Kattenstaart heeft zich, nadat het is geïntroduceerd in Noord-Amerika, ontpopt als een gevreesd onkruid. Terwille van de biologische bestrijding ervan is vervolgens ook G. pusilla daar ingevoerd.

Door de meeste auteurs niet als een bladmineerder beschouwd.

literatuur

Beenen & Winkelman (1993a), Bukejs (2009d), Cox (2007a), Farina (2015a), Gavrilović & Ćurčić (2013a), Hering (1957a), Hubble (2010a), Ilie (2017a), Kofler (2011a), Pozsgai (2005a), Regalin, Bezděk, Penati & Ciapponi (2006a), Robbins (1991a), Rozner & Rozner (2008a), Sønderup (1949a), Steinhausen (1994a, 1996b, 2002a), Tempère (1971a), Tomov, Gruev, Vig & Merk (1996a), Warchalowski (2003a).

Laatste bewerking 22.iii.2024