Omphalapion laevigatum (Paykull, 1792)

op Asteraceae

gal

de bloembodem is twee tot driemaal zo omvangrijk, ± eivormig, met een harde wand; binnenin een enkele snuitkeverlarve of -pop, met een duidelijke herkenbare kop.

waardplanten

Asteraceae, Anthemideae, oligofaag

Anthemis arvensis, cotula; Cota tinctoria; Matricaria chamomilla; Tripleurospermum inodorum.

Volgens Talamelli ook Filago gallica.
Delbol noemt ook nog Senecio.

synoniemen

Apion laevigatum; Apion, Omphalapion, sorbi Fabricius, 1792.

literatuur

Buhr (1964a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Delbol (2013a), Dieckmann (1977a), Ehret (1990a), Houard (1909a), Redfern & Shirley (2011a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Talamelli (1995a).

mod 13.iv.2019