Rhynchites auratus (Scopoli, 1763)

op houtige Rosaceae

parasiet

Volwassen kevers vreten in het voorjaar aan bloemknoppen en jonge vruchten. Een wijfje legt 60-140 eieren. elk afzonderlijk in een wond die gebeten heeft in een jonge vrucht. De larve voedt zich met de zaden. In tegenstelling tot bij Involvulus cupreus wordt de vruchtsteel niet aangebeten. De volgroeide larve laat zich op de grond vallen voor de verpopping.

waardplanten

Rosaceae-Amygdaloideae, oligofaag

Crataegus; Malus; Prunus avium, cerasus, domestica, spinosa; Pyrus.

Hoofdzakelijk op Prunus spp.

fenologie

Univoltien; overwintering als imago, maar een deel van de larven gaat voor de verpopping een jaar lang in diapause.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Epirhynchites auratus.

literatuur

Avgın & Colonnelli (2011a), Colonnelli, Osella & Cornacchia (2011a), Dieckmann (1974a), Rheinheimer & Hassler (2010a).

mod 5.vi.2019