Ceutorhynchus chalibaeus Germar, 1824

boerenkerssnuitkever

op Brassicaceae

gal

De larve maakt een een tot 2 cm lange, spoelvormige gal in de bladsteel (minder vaak in de stengel of dikke nerf); bij planten die groeien onder bijzonder ongunstige omstandigheden kan het voorkomen dat de larve verhuist naar de middennerf, en dan van daar uit excursies maakt in de bladschijf.

waardplanten

Brassicaceae, oligofaag

Alliaria petiolata; Arabidopsis arenosa; Armoracia rusticana; Barbarea verna, vulgaris; Biscutella; Brassica napus, nigra, oleracea, rapa; Bunias erucago; Cakile maritima; Calepina irregularis; Camelina alyssum, sativa; Capsella bursa-pastoris; Cardamine resedifolia; Cardaria draba; Cochlearia officinalis; Coincya monensis subsp. cheiranthos, wrightii; Crambe abyssinica, maritima, tataria; Descurainia sophia; Diplotaxis muralis, tenuifolia; Eruca vesicaria; Erucastrum abyssinicum, gallicum; Hesperis matronalis; Hirschfeldia incana; Isatis floribunda, praecox, tinctoria; Lepidium campestre; Lunaria annua; Noccaea brachypetala, perfoliata; Raphanus; Rorippa amphibia; Sinapis alba, arvensis; Sisymbrium officinale, orientale; Thlaspi arvense.

fenologie

Larven van mei tot juli.

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010a).

NE waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken en Letland tot de Middellandse Zee, en van Ierland tot de Ukraïne; Middellandse Zee-eilanden van de Balearen tot Cyprus (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Ceutorhynchus chalybaeus; deze spelling wordt in vrijwel de hele literatuur gebruikt, maar de Fauna Europaea (2009) schrijft, zonder toelichting, chalibaeus.

synoniemen

Ceutorrhynchus moguntiacus Schultze, 1895; C. timidus Weise, 1883.

literatuur

Buhr (1964b, 1965a), Delbol (2013a), Dieckmann (1971a, 1972a), Gültekin (2014a), Hering (1957a), Houard (1908a), Redfern & Shirley (2011a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Roskam (2009a), Tomasi (2014a), Vorst (2010a).

mod 18.vii.2019