Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Ceutorhynchus leprieuri

Ceutorhynchus leprieuri Brisout, 1881

op Brassicaceae

gal

larven (snuitkeverlarven) in ca 5 mm grote, vlezige, lensvormige, aan beide zijden uitpuilende galletjes in de bladschijf. Vaak verscheidene in een blad; ze zijn intens groen, waardoor ze vooral in een vergelend blad sterk opvallen. Larve solitair, verpopping in de bodem. Ovipositie in het najaar en, na de overwintering, in het voorjaar.

waardplanten

Brassicaceae, oligofaag

Alyssum; Brassica napus, oleracea, rapa; Bunias erucago; Coincya monensis subsp. cheiranthos; Raphanus raphanistrum, sativus; Rapistrum; Sinapis arvensis.

larve, pop

Zie Hayn.

synoniemen

Ceutorhynchus ruebsaameni Kolbe, 1900.

literatuur

Benedikt, Borovec, Fremuth ao (2010a), Buhr (1964b, 1965a), Dieckmann (1971a, 1972a), Forbicioni, Abbazzi, Bellò ao (2019a), Hayn (1970a), Houard (1908a), Mifsud & Colonnelli (2010a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Tomasi (2014a).

Laatste bewerking 25.x.2020