Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Ceutorhynchus minutus

Ceutorhynchus minutus (Reich, 1797)

op Brassicaceae etc.

Ceutorhynchus minutus mines

Alliaria petiolata, Nieuwendam

Ceutorhynchus minutus mines

detail van hetzelfde blad

Ceutorhynchus minutus: occupied mine on Alliaria petiolata

Allaria petiolata, Zeewolde, Harderbos © Hans Jonkman

12514

Raphanus sativus, Amsterdam

mijn

Vrij kleine, slordige, voldiepe, vaak vertakte gangmijn, vaak aan de rand van een blad. De wand is onregelmatig uitgevreten. Frass in een grijsgroene, af en toe onderbroken middenband, deels in sliertjes. Bij regenweer kan de frass uitlopen, en de mijnen zien er dan groenig uit. Meestal verscheidene mijnen in een blad.

waardplanten

Brassicaceae, Capparidaceae, Resedaceae, Tropaeolaceae; nauw polyfaag

Aethionema grandiflorum; Alliaria petiolata; Alyssum alyssoides, montanum; Anastatica hierochuntia; Arabidopsis arenosa, halleri, thaliana; Arabis alpina & subsp. caucasica, glabra, hirsuta, procurrens, serpyllifolia; Armoracia rusticana; Aubrieta libanotica, olympica; Aurinia saxatilis; Barbarea stricta, vulgaris; Berteroa incana; Biscutella didyma, laevigata; Brassica napus, nigra, oleracea, rapa; Braya; Bunias orientalis; Cakile maritima; Calepina; Camelina sativa; Capparis spinosa; Capsella bursa-pastoris; Cardamine amara, bellidifolia, chenopodiifolia, enneaphyllos, hirsuta, impatiens, kitaibelii, pratensis; Cardaria draba; Chorispora tenella; Cleome dodecandra, spinosa; Cleoserrata speciosa; Cochlearia officinalis; Conringia orientalis; Coronopus; Crambe cordifolia, koktebelica, maritima; Descurainia sophia; Diplotaxis muralis, tenuifolia; Draba fladnizensis, gilliesii, incana, rigida, siliquosa; Erophila verna; Eruca; Erucastrum gallicum; Erysimum cheiranthoides, cheiri, crepidifolium, odoratum, perofskianum, sylvestre; Euclidium; Fibigia; Heliophila amplexicaulis; Hesperis matronalis; Hirschfeldia incana; Hymenolobus; Iberis amara, “imperialis”, odorata, pinnata, semperflorens, sempervirens; Isatis tinctoria; Lepidium campestre, cartilagineum, perfoliatum, ruderale; Lobularia; Lunaria annua, odorata; Malcolmia africana, maritima; Matthiola incana, odoratissima; Moricandia; Myagrum perfoliatum; Nasturtium officinale; Neslia paniculata; Noccaea perfoliata; Peltaria; Pritzelago alpina; Raphanus raphanistrum, sativus; Reseda lutea, luteola, odorata, phyteuma; Rorippa amphibia; Sinapis alba, arvensis; Sisymbrium altissimum, officinale; Teesdalia nudicaulis; Thlaspi arvense, perfoliatum; Tropaeolum.

fenologie

Larven in mei-juli (Scherf, 1964a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010a).
NE waargenomen (Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

larve

synoniemen

Ceutorhynchus contractus (Marsham, 1802); volgens Rheinheimer & Hassler (2010a) is dit een “nomen conservandum”.

opmerkingen

Gewone soort, vooral te vinden in de onderste, al wat verwelkende bladeren, aan de bladrand. Soms schadelijk op kiemplanten (Buhr, 1964a). Dauphin & Aniotsbehere (1997a) noemen de soort als veroorzaker van gallen aan de wortelhals van Cardamine hirsuta; dat is zeker onjuist.

literatuur

Ahr (1966a), Avgın & Colonnelli (2011a), Amsel & Hering (1931a), Behne (1987a), Beiger (1965a, 1970a, 1979a), Buhr (1933a, 1964a), Colonnelli, Osella & Cornacchia (2011a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Delbol (2008a), Dieckmann (1971a, 1972a), Dieckmann & Herger (1985a), Drăghia (1970a), Gültekin (2014a), Günthart (1949a), Hartig (1939a), Heijerman (1993a), Hering (1921a, 1923a, 1924a, 1930a, 1957a), Houard (1908a), Huber (1969a), Lechapt (2015a), Maček (1999a), Michalska (1970a), Nowakowski (1954a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Vorst (2010a), Yunakov, Nazarenko, Filimonov & Volovnik (2018a).

Laatste bewerking 28.ii.2021