Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Ceutorhynchus rapae

Ceutorhynchus rapae Gyllenhal, 1837

hartboorsnuitkever

mijn

De larve is essentieel een boorder in bladsteel of stengel. Enkele larven leven daar in een holte bijeen; ter plekke is de stengel galachtig opgezwollen. Van daar uit belanden larven een enkele maal in de bladschijf. Het stengelgedeelte boven de gal sterft vaak af, en daaromheen ontstaat een aantal zijtakken.

waardplanten

Brassicaceae, oligofaag

Brassica napus, oleracea, rapae; Cardamine amara; Cardaria draba; Descuraiania sophia; Erysimum cheiranthoides, cheiri; Isatis tinctoria.

fenologie

Larven in april-juli (Scherf, 1964a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, exclusief Ierland en het Balkan Schiereiland (Fauna Europaea, 2007).

opmerkingen

In Engeland eerder een eenvoudige gal-veroorzaker dan een facultatieve bladmineerder (Robbins, 1991a).

literatuur

Anderson (1997a), Behne (10987a), Buhr (1964a), Delbol (2008a, 2013a), Dieckmann (1972a), Heijerman (1993a), Hering (1957a), Redfern & Shirley (2011a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Vorst (2010a), Yunakov, Nazarenko, Filimonov & Volovnik (2018a).

Laatste bewerking 28.ii.2021