Anoplus plantaris (Naezén, 1794)

Anoplus plantaris: occupied mine on Betula pendula

Betula pendula, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel: bezette mijn

Anoplus plantaris: exit slit

uittreed-snede (bovenzijdig)

Anoplus plantaris: mine on Betula pubescens

Betula pubescens, Harderwijksche bosschen

Anoplus plantaris: old mines on Betula pubescens

oude mijnen

mijn

Lange voldiepe gangmijn, die begint bij een galachtig opgezwollen ovipositie-litteken in (meestal het distale deel van) de hoofdnerf. Frasslijn variabel van breedte (soms aanzienlijk breder dan hier afgebeeld). De gang volgt gewoonlijk globaal de bladrand, en het zo afgesnoerde deel van het blad sterft af. De larven leven in het voorjaar, wanneer het blad zich nog aan het ontplooien is; later in de zomer zijn aangetaste bladeren herkenbaar aan het ontbreken van de top en een deel van de tanding, aan resten van de gang, en aan de algehele misvorming van het blad. De larve verlaat voor de verpopping de mijn.

Gemineerde bladeren zijn opvallend breed in verhouding tot hun lengte. De lengtegroei van het blad lijkt door de ovipositie te worden geremd.

waardplanten

Betulaceae, oligofaag

Alnus glutinosa; Betula nana, pendula, pubescens.

Volgens Roques (1998a) ook Populus nigra; dit wordt door Hering (1957a) of Scherf (1964a) niet ondersteund.

fenologie

Scherf (1964a) geeft mei-juli op, maar alle mijnen die ikzelf in juni (en later) vond waren al verlaten. De soort heeft zeker maar één generatie. Ovipositie begin mei; imagines komen in juli uit (Rheinheimer & Hassler, 2010a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE recorded (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland, Frankrijk en Italië oostwaarts tot in Rusland (Fauna Europaea, 2007).

opmerkingen

Volgens Robbins (1991a) zou de soort in de 19e eeuw [in Engeland] vrij talrijk zijn geweest, maar is hij in de 20e eeuw daar zeer zeldzaam en mogelijk verdwenen. Ook vermoedt hij dat de soort hoog in de bomen zou leven. Geen van deze twee uitspraken stemmen overeen met de situatie in Nederland.

literatuur

Ahr (1966a), Bachmaier (1965a), Buhr (1933a, 1964a), Diškus & Stonis ( 2012a), Haase (1942a), Hering (1926b, 1927b, 1930a, 1957a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Roques (1998a), Scherf (1964a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Vorst (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).

mod 19.viii.2018