Orchestes betuleti (Panzer, 1795)

Orchestes betuleti: mine on Ulmus x hollandica

Ulmus x hollandica, Vreeland

Orchestes betuleti: mine on Ulmus sp.

Ulmus sp., België, prov. Namen, Couvin gare, begin augstus © Stéphane Claerebout

mijn

Het ei wordt in mei-juni afgezet in de onderzijde van (meestal) een zijnerf; hier is een groot litteken te zien. Van hier uit loopt een korte voldiepe gang in de richting van de bladrand. Deze gang verbreedt zich plotseling tot een transparante bruine blaasmijn. Frass in het centrum van de blaas, die daardoor een donkere kern heeft. De larve vormt tenslotte een bolvormige cocon in de mijn.

Omdat de mijn ontstaat in een tijd dat het blad zich al heeft ontplooid en uitgehard is, heeft de mijn geen negatieve invloed op de ontwikkeling ervan (in tegenstelling tot de vroegere O. alni).

waardplanten

Ulmaceae, monofaag

Ulmus glabra, x hollandica, laevis, minor.

Voorkeur voor U. laevis (Rheinheimer & Hassler, 2010a).

fenologie

Larven in juli-augustus (Hering, 1957a), juni-augustus (Scherf, 1964a). Imagines komen uit in augustus (Rheinheimer & Hassler, 2010a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Noorwegen tot Frankrijk, Italë en Italie; niet in de Britse Eilanden (Fauna Europaea, 2007).

larve

pop

Scherf (1964a).

synoniemen

Orchestes, Rhynchaenus, rufus (Schrank, 1781) – homoniem. Delbol (2013a) noemt rufus echter als een geldige soort.

literatuur

Beiger (1979a), Buhr (1933a), Caillol (1954a), Delbol (2013a), Drăghia (1972a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Hartig (1939a), Heijerman (1993a), Hering (1924b, 1930a, 1931a, 1957a), le Monnier (2003a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Scherf (1964a), Sønderup (1949a), Vorst (2010a), Wolf & Fuchs (2014a), Zoerner (1969a).

mod 2.v.2019