Orchestes jota (Fabricius, 1787)

op Alnus, Betula, Myrica

Orchestes jota: mine on Betula pubescens

Betula pubescens, België, prov. Antwerpen, Mol, Donk © Carina Van Steenwinkel

Orchestes jota: mine on Betula pubescens

mijn met cocon

Orchestes jota: mine on Betula pubescens

cocon

Orchestes jota: mine in Betula pubescens

Betula pubescens, Tilburg, Kaaistoep

Orchestes jota: mine in Betula pubescensOrchestes jota: mine in Betula pubescens

Betula pubescens, Tilburg, Kaaistoep

Orchestes jota: mine on Myrica gale

Myrica gale, Engeland © Rob Edmunds

Orchestes cf jota: mine on Populus nigra

Populus nigra, Hongarije, Mosonmagyaróvár © László Érsek; zie hieronder omtrent de determinatie

Orchestes cf jota: mine on Populus nigra: frass patterm

frass-patroon

Orchestes cf jota: mine on Populus nigra: larva

larve

mijn

Het ei wordt afgezet in de hoofdnerf. Vandaar gaat een zich plotseling snel verbredende gang bladschijf binnen. Volgens Hering (1957a) ligt bij O. jota, in tegenstelling tot bij Tachyerges stigma, dit blaasvormige deel van de mijn langs de bladrand, en wel in het distale deel van het blad. Scherf (1964a) schrijft echter dat in elk geval bij Alnus aan de mijnen geen verschil te zien is. De larve verpopt tenslotte een bolvormige cocon in de mijn. Omdat de mijnvorming plaatsvindt in het al geheel uitgegroeide blad zijn gemineerde bladeren slechts rondon de mijn vervormd.

waardplanten

Myricaceae, Betulaceae, Salicaceae, nauw polyfaag

Alnus glutinosa; Betula nana, pendula, pubescens; Myrica gale; ? Populus nigra.

In Engeland uitsluitend op Myrica (Morris, 1993a).

fenologie

Larven in juni-augustus (Scherf, 1964a); imagines komen eind juli uit (Rheinheimer & Hassler, 2010a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland en Frankrijk oostwaarts tot Polen, Tsjechië en Italië (Fauna Europaea, 2007).

larve

imago

Het imago komt uit de pop terwijl deze zich nog in de cocon bevindt.

synoniemen

Rhynchaenus jota, R. iota (Fabricius, 1787).

opmerkingen

de determinatie van de mijn op Populus nigra, hierboven afgebeeld, is geenszins zeker; het zou ook Tachyerges pseudostigma kunnen betreffen. Het lijkt er echter op dat de frass bij Tachyerges-soorten veel grover is. In de oudere literatuur zijn er enkele onheldere verwijzingen naar het voorkomen van O. jota op populier.

literatuur

Bachmaier (1965a), Brakman (1966a), Heijerman (1993a), Hering (1930a,b, 1957a), Huber (1969a), Kollár & Hrubík (2009a), Michalska (1976a), le Monnier (2003a), Morris (1993a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Sønderup (1949a), Sprick, Schmidt & Gärtner (2013a), Viramo (1962a), Vorst (2010a), Wolf & Fuchs (2014a), Zoerner (1969a).

mod 1.vi.2019