Orchestes subfasciatus Gyllenhal, 1835

mijn

Slanke gangmijn die nauwkeurig de bladrand volgt. Pas tegen het einde gaat de gang de bladschijf binnen; daar wordt een klein blaasmijntje gemaakt. Hierin maakt de larve een uitsnede waarin hij zich voor de verpopping op de grond laat vallen. De gang is over de gehele breedte losjes gevuld met frass.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus ilex, petraea, robur.

fenologie

Larven in juni, juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot Italië (Fauna Europaea, 2011); Roemenië (Drăghia, 1972a); Slovenië (Maček, 1999a); Hongarijë (Csóka, 2003a).

synoniemen

Rhynchaenus subfasciatus.

literatuur

Benedikt, Borovec, Fremuth ao (2010a), Csóka (2003a), Dieckmann(1976a), Drăghia (1972a), Hering (1924b, 1930a, 1934a, 1936b, 1957a), Maček (1999a), Scherf (1964a), Seidel (1926a), Stammer (2016a).

mod 26.iii.2019