Rhynchaenus xylostei Clairville, 1798

mijn

Een vaak onduidelijke voldiepe gang met een brede centrale frasslijn; frass zwart. Pop in in een kogelvormige, uit secreet vervaardigde cocon in de mijn (Scherf, 1964a).

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Lonicera xylosteum.

fenologie

Meer dan een generatie per jaar (Scherf, 1964a). Overwintering als imago (Rheinheimer & Hassler, 2010a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE niet waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Finland tot Italiƫ en van Frankrijk tot Polen (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen

Rhynchaenus lonicerae Herbst, 1795.

opmerkingen

Ooit gemeld uit Engeland, maar daar wel zeker niet voorkomend (Morris, 1993a).

literatuur

Hartig (1939a), Heijerman (1993a), Hering (1926b, 1930a, 1957a, 1962a), Morris (1993a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Scherf (1964a), Wolf & Fuchs (2014a).

mod 13.iii.2019