Orthochaetes setiger (Beck, 1817)

Orthochaetes setiger: mine on Pilosella officinarum

Pilosella officinarum, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Orthochaetes setiger: mine on Pilosella officinarum

detail van de onderzijde, met uittree-opening

Orthochaetes setiger mine

Pilosella bauhinii, België, prov. Luik, Ben-Ahin, Lovegnée-Bosquet; © Jean-Yves Baugnée

mijn

De mijn begint in de hoofdnerf, met name in een van de lagere bladeren, breidt zich in de bladschijf uit, en vertakt daarbij onregelmatig of veervormig, maar kan ook plaatselijk blaasvormig zijn. De mijn is zeer doorschijnend, bruin. De wanden zijn zeer onregelmatig uitgevreten. De frass ligt los verspreid of in een losse centrale lijn, soms ook tegen de gangwanden geperst. Larve met gechitiniseerde kop, zonder poten, verlaat de mijn voor de verpopping. Larven kunnen ook een mijn verlaten en zich elders opnieuw inboren, zelfs bij een andere plantensoort.

waardplanten

Zeer polyfaag, maar toch hoofdzakelijk op Asteraceae

Ajuga reptans; Aposeris; Aquilegia vulgaris; Aster; Bellidiastrum michelii; Bellis; Centaurea; Chondrilla; Cichorium intybus; Crepis biennis, praemorsa; Cyclamen; Erigeron; Hieracium murorum; Himantoglossum; Hieracium murorum; Hypochaeris radicata; Lactuca muralis, virosa; Lapsana communis; Leontodon hispidus; Leucanthemum vulgare; Myosotis sylvatica; Picris hieracioides; Pilosella bauhinii, cymosa, officinarum, piloselloides subsp. praealta; Plantago macrorhiza; Ranunculus; Rumex acetosella; Scorzoneroides autumnalis; Senecio viscosus; Solidago virgaurea; Sonchus asper, oleraceus; Symphyotrichum salignum; Taraxacum officinale; Viola canina, tricolor.

Bland & Nelson (1997a) schrijven dat ze minering waarnamen op Allium ursinum. Omdat de larve niet beschreven wordt lijkt de waarneming niet zeker.

fenologie

Larven in mei-juli (Hering, 1957a; Buhr, 1964a; Scherf, 1964a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot het Iberisch Schiereiland en Italië en van Ierland tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2007).

larve

synoniemen

Comasinus setiger.

opmerkingen

In het noordelijk deel van het verspreidingsgebied is de soort parthenogenetisch.

literatuur

Bland & Nelson (1997a), Buhr (1933a, 1956a, 1964a), Dieckmann (1986a), Haase (1942a), (Heijerman, 1993a), Hering (1925a, 1928a, 1930a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Mifsud & Colonnelli (2010a, Ostojá-Starzewski (2002a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Ugarte San Vicente (2005a), Vorst (2010a).

mod 11.vii.2019