Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Pachycerus segnis

Pachycerus segnis (Germar, 1824)

op Boraginaceae

gal

snuitkeverlarven in een tot 3 cm lange eivormige aarden cel aan de wortelhals; vermoedelijk verpoppen ze zich in de aarde.

waardplanten

Boraginaceae, oligofaag

Anchusa azurea; Cynoglossum cheirifolium, creticum; Echium vulgare; Heliotropium europaeum.

synoniemen

Pachycerus scabrosus Brullé, 1832; P. cordiger (Germar, 1819) nec Fuessly, 1775; P. madidus Schoenherr, 1823 nec (Olivier, 1807); Buhr citeerde de soort per ongeluk als P. madidus (Olivier).

opmerkingen

Huber & Vayssieres beschrijven een geheel andere biologie. De larve, strikt gebonden aan de overblijvende Heliotropium europaeum leeft aan de wortels, immobiel, in een uit aarde en secreet opgebouwde cel; hierin vindt ook de overwintering en verpopping plaats. Pas nadat de winterregens de cel hebben doen desintegreren komen de volwassen kever tevoorschijn. Zij veronderstellen dat dit de “ware” cordiger is, terwijl scabrosus/madidus/segnis gallen veroorzaakt bij Echium en andere Boraginaceae.

literatuur

Brun, Sheppard & Carrara (1993a), Buhr (1964a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dieckmann (1983a), Houard (1909a), Huber & Vayssieres (1990a), Mifsud & Colonnelli (2010a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Stejskal & Trnka (2013a), Wapshere & Cullen (1984a).

Laatste bewerking 4.iii.2021