Lixus bardanae (Fabricius, 1787)

bruine zuringsnuitkever

op Rumex

parasiet

Ovipositie in de bladsteel van een laaggelegen blad of in de stengel; de opening wordt met een propje geknaagd plantenweefsel afgedekt, die later tot donkerrood verkleurd. De larven boren afdalende gangen in de stengels; uiteindelijk verpoppen ze zich hier ook, in een met frass beklede poppenwieg. In een bladsteel of internodium kunnen zich tot een dozijn larven bevinden.

waardplanten

Polygonaceae, ? monofaag

Rumex acetosa, aquaticus, crispus, hydrolapathum, patientia.

Door Ross ook vermeld van Rheum, maar deze relatie wordt door latere waarnemers niet herhaald.
Ook de vermelding van Heracleum door Balalaikins & Bukejs behoeft bevestiging.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Balalaikins & Bukejs (2011a), Colonnelli, Osella & Cornacchia (2011a), Dieckmann (1983a), Gültekin (2007a), Gültekin, Zengin & Hayat (2004a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Ross (1911a).

mod 12.v.2019