Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Scolytinae

"Pityophthorus micrographus: gallery pattern

gangen-patroon van Pityophthorus micrographus: voorbeeld van een polygame soort (uit Rell, Knížek & Galko (2020a).

nastkevers

In het algemeen verloopt de biologie aldus. Het mannetje knaagt een holte in de bast, dat is het weefsel tussen de dode schors en het hout (xyleem) van een tak of stam. Door middel van feromonen worden wijfjes naar deze “bruidskamer”gelokt, bij monogame soorten slechts één, bij polygame twee of meer. Elk bevruchte wijfje knaagt vanuit de bruidskamer in de bast een broedgang, waar op enige afstand van elkaar individuele eieren in een kleine nis worden afgezet. De uitgekomen larven maken elk een eigen gang, die eindigt met een kleine holte, de poppenwieg, waar de verpopping plaats vindt. De uitgekomen kever werken zich door de bast en schors naar buiten. Hoewel het gehele proces zich afspeelt in de bast (het floeem) wordt ook het onderliggende xyleem min of meer beschadigd. Als later de tak afsterft en de bast loslaat is het vaak kenmerkende gangen-patroon zichtbaar in het naakte hout.
In tegenstelling tot xyleem bevat het floeem veel voedingsstoffen. Terwijl in het hout borende insecten vaak een aantal jaren doen over hun ontwikkeling, maken bastkevers vaak verscheidene generaties door per jaar.
Bastkevers treden vooral op bij bomen die onder stress verkeren of al aan het afsterven zijn. Doordat de gangenstelsels de neerdalende sapstroom onderbreken zijn vooral grotere aantallen voor de plant gevaarlijk. Belangrijker is nog dat bastkevers vaak pathogene schimmels met zich meebrengen (zie bijv, Christiansen, Kolařík ea).
Sommige soorten, bijv. van het genus Trypodendron leven de larven, in symbiose met schimmels, in het spinthout van korteling gevelde coniferen. Ze worden hier niet besproken.

literatuur

Christiansen (1991a), Kolařík, Kostovćík & Patoužová (2007a), Lieutier, Mendel & Faccoli (2016a).

Laatste bewerking 6.xi.2020