Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Buprestidae

Buprestidae

De Buprestidae vormen een zeer soortenrijke groep van kevers in de tropen. In Noordwest-Europa telt de familie nog maar heel weinig soorten (Bily, 1982a). De larven van buprestiden hebben in het algemeen een sterk vergrote en vooral verbrede prothorax, waarmee ze zich in hun boorgangen schrap kunnen zetten. De allermeeste soorten leven in hout, enkele leven in de stengels van kruidachtige planten, en drie geslachten, Aphanisticus, Trachys en Habroloma, hebben minerende larven.

De larven van Aphanisticus boren in de stengels, en mineren in de bladeren, van Juncus en Carex. Habroloma en Trachys mineren op een paar soorten kruiden en loofbomen. De mijnen zijn onmiskenbaar doordat het wijfje na de ovipositie de plek afdekt met een druppel zwart secreet. Dit droogt op tot een stevig half bolletje, fel glimmend bij Aphanisticus en Trachys, dof bij Habroloma (Hering, 1926a; Brechtel & Kostenbader, 2002a). De larven van de laatste twee geslachten zijn afgeplat, en alle lichaamssegmenten hebben een lobvormige verbreding; de contour van de larve neemt van achter naar voren geleidelijk toe, tot aan de prothorax. Bij Habroloma hebben prosternum en pronotum een grote, zwarte plaat; Trachys heeft zulke platen op boven- en onderzijde van alle lichaamssegmenten.

Beschrijvingen van de larven worden gegeven door Bily (1994a), en in het prachtige boek van Brechtel & Kostenbader (2002a), dat ook uitvoerig ingaat op biologie en verspreiding.

literatuur

Bily (1994a), Hering (1926a), Brechtel & Kostenbader (2002a).

30/11/2014

Laatste bewerking 7.iv.2018