Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Aphanisticus elongatus

Aphanisticus elongatus Villa & Villa, 1835

op Carex, Schoenus

mijn

Ovipositie gewoonlijk op de bladschede, maar een enkele maal op de bladschijf. Bovenop de plaats van de ovipositie een klein glimmend, langgerekt, ingedroogd druppeltje secreet. Vandaar daalt een smalle slingerende gangmijn, 12-50 cm lang, af, keert dan een klein stukje om en eindigt in een poppenwieg. Grootste deel van de gang meer een boorgang dan een mijn (Rennwald & Rennwald, 2002a; Niehuis, 2004a).

waardplanten

Cyperaceae, oligofaag

Carex cuprina, disticha, divulsa, leporina, muricata, spicata; Schoenus nigricans.

fenologie

Larven in april-mei en juli-augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE (Rennwald & Rennwald, 2002a; Niehuis, 2004a).

NE Niet waargenomen (Vorst, 2009a) ondanks andersluidende berichten bij Rennwald & Rennwald (2002a), Niehuis (2004a) en de Fauna Europaea (2010).

LUX (Rennwald & Rennwald, 2002a; Niehuis, 2004a).

verspreiding binnen Europa

Engeland, Zuid, Midden- en Oost-Europa

larve

zie Bilý (1999a).

opmerkingen

Ovipositie op een door de zon beschenen deel van de stengel (Bilý, 2002a).

literatuur

Bilý (1999a, 2002a), Cobos (1986a), Hering (1957a), Kwast (2020a),Murria Beltrán & Murria Beltrán (2005a), Niehuis (2004a), Panin, Săvulecu & Ruicănescu (2015a), Rennwald & Rennwald (2002a), Sakalian (2003a), Sánchez Sobrino & Tolosa Sánchez (2005a), Schaefer (1949a), Škorpík, Křivan & Kraus (2011a), Théry (1942a), Ugarte San Vicente (2005a), Ugarte san Vicente, Zabalegui & Salgueira Cerezo (2006a), Verdugo (2005a), Verdugo Paez (1997a, 2002a).

Laatste bewerking 9.iv.2021