Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Trachini

De larven van Aphanisticus boren in de stengels, en mineren in de bladeren, van Juncus en Carex. Habroloma en Trachys mineren op een paar soorten kruiden en loofbomen. De mijnen zijn onmiskenbaar doordat het wijfje na de ovipositie de plek afdekt met een druppel zwart secreet. Dit droogt op tot een stevig half bolletje, fel glimmend bij Aphanisticus en Trachys, dof bij Habroloma (Hering, 1926a; Brechtel & Kostenbader, 2002a). De larven van de laatste twee geslachten zijn afgeplat, en alle lichaamssegmenten hebben een lobvormige verbreding; de contour van de larve neemt van achter naar voren geleidelijk toe, tot aan de prothorax. Bij Habroloma hebben prosternum en pronotum een grote, zwarte plaat; Trachys heeft zulke platen op boven- en onderzijde van alle lichaamssegmenten.

Beschrijvingen van de larven worden gegeven door Bily (1994a), en in het prachtige boek van Brechtel & Kostenbader (2002a), dat ook uitvoerig ingaat op biologie en verspreiding.

literatuur

Bily (1994a), Hering (1926a), Brechtel & Kostenbader (2002a).

Laatste bewerking 15.ii.2021