Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Trachys minutus

Trachys minutus (Linnaeus, 1758)

wilgenprachtkevertje

op houtige gewassen

Trachys minutus: mine on Corylus avellana

Corylus avellana, België, prov. Namen, Lavaux-Sainte-Anne, Gros Tienne © Carina Van Steenwinkel

Trachys minutus: mine on Salix alba

Salix alba, Hongarije, Halászi, 26.v.2018 © László Érsek

Trachys minutus: mine on Salix alba

de pop ligt zonder cocon in de mijn

Trachys minutus: mine on Salix cinerea

Salix cinerea, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Trachys minutus: larva in mine

zelfde blad, larve in de mijn

Trachys minutus: pupa in mine

enkele dagen later, de larve is nu verpopt

86388638

Ulmus minor, Susteren

Trachys minutus larva

Salix spec., België, prov. Limburg, de Hoefaert-Lanaken © Carina Van Steenwinkel: larve dorsaal

Trachys minutus pupa

verse pop (later zal deze naar bijna zwart verkleuren)

Trachys minutus: mine on Tilia spec.

Tilia spec., België, prov. Limburg, Zelem, Sint-Jansberg © Carina Van Steenwinkel

Trachys minutus: occupied mine on Tilia spec.

deze mijn lijkt verraderlijk sterk op die van Roeslerstammia erxlebella,

Trachys minutus: occupied mine on Tilia spec.

maar het druppeltje

Trachys minutus: larva in mine on Tilia spec.

en de bonte larve maken het verschil

mijn

Voldiepe blaasmijn, die onveranderlijk begint in de bladtop of de spits van een bladlob of -tand. Op de plek van de ovipositie een zwart glimmend druppeltje ingwdroogd secreet. Frass gewoonlijk in lange draden, soms echter in langgerekte korrels. Pop in de mijn, niet in een cocon.

waardplanten

polyfaag op houtige gewassen

Acer campestre; Betula; Carpinus betulus; Corylus avellana; Crataegus monogyna; Frangula alnus; Malus sylvestris; Prunus; Pyrus communis; Salix alba, aurita, caprea, cinerea & cinerea subsp. oleifolia, myrsinifolia; Sorbus aria, aucuparia; Tilia cordata, platyphyllos; Ulmus laevis, minor.

Starý (1930a) noemt nog Populus tremula

fenologie

Larven gevonden tussen midden mei en midden augustus. Volgens Robbins (1991a) bivoltien: voorzomer en nazomer.

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2007).
NE waargenomen (Vorst, 2009a); niet algemeen, vooral voorkomend in in Zuid- en Oost-Nederland.
LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa behalve Ierland (Fauna Europaea, 2007).

larve

pop

opmerkingen

Overwintert als imago, in de strooisellaag (Bilý, 2002a).

literatuur

Beiger (1979a), Bilý (1982a, 1993a, 1994a, 2002a), Brechtel & Kostenbader (200a), Buhr (1933a, 1964a), Cobos (1986a), Csóka (2003a), Drăghia (1972a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1923a, 1930a,e, 1932g, 1957a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Maček (1999a), Michalska (1972a, 1976a), Niehuis (2004a), Robbins (1991a), Sánchez Sobrino & Tolosa Sánchez (2005a), Schaefer (1949a), Skala (1951a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Stolnicu (2008a), Théry (1942a), Tomov & Krusteva (2007a), Ugarte San Vicente (2005a), Ugarte san Vicente, Zabalegui & Salgueira Cerezo (2006a), Ureche (2010a), Vorst (2009a).

Laatste bewerking 22.vi.2019