Trachys pumilus (Illiger, 1803)

mijn

Voldiepe blaasmijn. De plek van de ovipositie is afgedekt met een glanzend zwart druppeltje opgedroogd secreet. Verpopping in de mijn; de pop ligt niet in een cocon.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Ballota hirsuta; Phlomis crinita, purpurea.

fenologie

Larven vanaf april (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Spanje (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Trachys major Perris, 1864.

opmerkingen

De systematische positie van T. pumilus is niet duidelijk. De Fauna Europaea beschouwt het als een goede soort, beperkt tot Spanje en de Balearen; Niehuis (2004a) beschouwt pumilus eveneens als een goede soort, maar sluit niet uit dat hij ook de Balkan kan voorkomen (op Phlomis crinita en purpurea). Andere auteurs beschouwen scrobiculatus en pumilus als synoniem (en dan is pumilus de geldige naam en heeft de soort een verspreiding van Spanje en Kreta tot Noorwegen).

literatuur

Beiger (1979a), Bilý (1994a), Brechtel & Kostenbader (2002a), Cobos (1986a), Hering (1932g, 1936b, 1957a), Niehuis (2004a), Sánchez Sobrino & Tolosa Sánchez (2005a), Théry (1942a), Verdugo Paez (1997a).

mod 24.viii.2018