Trachys troglodytiformis Obenberger, 1918

mijn

Voldiep, onopvallend primair blaasmijntje zonder begingang. Op de plek van de ovipositie, aan de boven- of onderzijde van het blad, een zwart glimmend druppeltje verhard secreet. Frass in draadstukjes. Pop in de mijn, niet in een cocon.

waardplanten

Malvaceae, oligofaag

Alcea rosea; Althaea cannabina, hirsuta, officinalis; Hibiscus; Malva alcea, neglecta, olbia, sylvestris.

fenologie

Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Niehuis, 2004a), maar dit wordt niet overgenomen door de Fauna Europaea (2007).

NE onzeker: als Nederlands vermeld door Fauna Europaea (2007), maar dat wordt niet bevestigd door Brakman (1966a) of Niehuis (2004a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Europa ten zuiden van de lijn Duitsland – Ukraine; niet in de Britse Eilanden (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen

Trachys coruscus (Ponza, 1805); T. fabricii Schaefer, 1949; T. pygmaeus (Fabricius,1787).

opmerkingen

In Duitsland alleen te vinden in extreem xerotherme situaties (Brechtel & Kostenbader, 2002a).

literatuur

Amsel & Hering (1930a, 1933a), Beiger (1979a), Bilý (2002a), Brakman (1966a), Brechtel & Kostenbader (2002a), Buhr (1933a), Cobos (1986a), Hering (1936b, 1957a), Niehuis (2004a), Schaefer (1949a), Théry (1942a), Ugarte San Vicente (2005a), Ugarte san Vicente, Zabalegui & Salgueira Cerezo (2006a), Verdugo Paez (1997a, 2003a).

mod 22.vi.2019