Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza alnivora

Agromyza alnivora Spencer, 1969

elzengangmaker

Agromyza alnivora: mine on Alnus glutinosa

Alnus glutinosa, Hongarije, Kimle, 26.vi.2018 © László Érsek

Agromyza alnivora: mine on Alnus glutinosa

mijn

Agromyza alnivora: mine on Alnus glutinosa

ander exemplaar

Agromyza alnivora: frass pattern

detail van het frass-patroon met larve

Agromyza alnivora: larva

larve (26.vi.2018)

Agromyza alnivora: mine on Alnus glutinosa

Alnus glutinosa, Naardense Bos

Agromyza alnivora: mine on Alnus glutinosa

zelfde mijn, doorvallend licht

Agromyza alnivora: frass pattern on Alnus glutinosa

Alnus glutinosa, Amsterdam: stukje van het eerste deel van de gang

mijn

Een geleidelijk breder wordende, aanvankelijk heel ondiepe, bovenzijdige gang (uiteindelijk vaak heel breed), zonder associatie met hoofdnerf of bladrand, later vaak met een kenmerkende bruine verkleuring. Frass in twee rijen, zoals dat bij agromyziden gebruikelijk is. De goudkleurige larve verlaat de mijn voor de verpopping; bij lege mijnen is aan het einde van de mijn een boogvormige spleet in de bovenepidermis zichtbaar.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Alnus glutinosa, incana.

fenologie

Larven in juni-october; volgens Robbins (1991a) zijn er twee generaties.

BENELUX

BE waargenomen (Chris Steeman, Paul Fontaine, 2007 in corr.)

NE Vrijwel overal waar elzen staan wordt deze soort gevonden, maar het aantal aangetaste bladeren per boom is gewoonlijk niet zo groot.

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Frankrijk, en van Engeland tot Bulgarije (Fauna Europaea, 2007); ook Corsica (Buhr, 1941b).

larve

synoniemen

Agromyza albitarsis Zetterstedt, 1848, nec Meigen, 1830.

Tot ca. 1970 werd aangenomen dat op berk en els één soort Agromyza voorkwam: A. alnibetulae. Pas toen werd door Spencer (1969a) onderkend dat het om twee verschillende soorten ging, A. alnibetulae Hendel alleen op berk, A. alnivora alleen op els.

literatuur

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Ahr (1966a), Beiger (1979a), Beuk (2002a), Bland (1992b), Buhr (1932a, 1941b), Černý, Vála & Barták (2001a), Csóka (2003), Drăghia (1968a, 1972a, 1974a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b, 1990), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1969a, 1971a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), van Wielink (2020a), Zoerner (1969a)

Laatste bewerking 25.ii.2021