Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza alunulata larva

Agromyza alunulata larva

Glyceria maxima, Engeland, nabij London; uit Hering (1955a, als A. distorta); a : kopskelet; b : frontaal deel van de kop; c : voorspiraculum; d : achterspiraculum; e : deel van de bestekeling van het eerste abdomensegment, lateraal; maatstreepje is 0.1 mm.

De larve wordt (als Agromyza distorta) beschreven door Hering (1955a) en Griffiths (1955a, 1963a). Zeer opvallend zijn de enorm vergrote, schijfvormige, voorspiracula met 200-250 papillen (waarschijnlijk een aanpassing aan het zeer natte milieu van de waardplant). De mandibel heeft het ongewoon hoge aantal van 5 tanden. De achterspiracula, elk met 3 papillen, zitten zo dichtbijeen dat ze elkaar raken. Door Griffith (1963a) geplaatst in zijn A. nigripes-groep.

20/12/2011

Laatste bewerking 10.viii.2017