Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza anthracina

Agromyza anthracina Meigen, 1830

brandnetelpaardenhaar

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Amstelveen

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Duin en Kruidberg: frass in een lange draad

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Nieuwendam: mijn voldiep, met vage primaire en secundaire vraatlijnen

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, België, prov. Oost-Vlaanderen, Oudenaarde, bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

frass meestal deels als een haardunne draad

mijn

Voldiepe (ongewoon voor een agromyzide) mijn met vage primaire en secundaire vraatlijnen. Meestal ligt de mijn in het centrum van het blad. De mijn begint met een smalle gang, die in darmachtige windingen ligt (tenzij de mijn aan de bladrand ligt; dan volgt de beginggang min of meer de bladrand). Verderop verbreedt de gang zich tot een langgerekte blaas. Frass voor een deel in lange dunnen draden. In vergelijking met de twee andere Agromyza‘s op brandnetel is de mijn veel helderder, minder groen-wolkig. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Urticaceae, oligofaag

Parietaria officinalis; Urtica dioica, pilulifera, radicans, urens.

Urtica is verreweg de belangrijkste waardplant. Door Maček (1999a, Slovenië) ook gemeld van Humulus lupulus.

fenologie

In twee generaties: larven in mei-juni en september-october. In de meeste jaren zeer gewoon.

BENELUX

BE waargenomen Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 12007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Spanje, en van Ierland tot Polen en Servië (Fauna Europaea, 2007; Černý & Merz, 2006a; Gil Ortiz, 2009a).

larve

puparium

synoniemen

Agromyza freyi Hendel, 1931.

literatuur

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (200a), Bland (1992b), Buhr (1932a, 1964a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Tonguc, Ozgul & Dursun (2007a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Gil-Ortiz, Martinez & Jiménez-Peydró (2010a), Griffiths (1962a), Hering (1955b, 1957a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a, 1964a), O’Connor (2001a), Pakalniškis (1990a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 10.vii.2018