Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza dipsaci

Agromyza dipsaci Hendel, 1927

kaardebolmargneervlieg

Agromyza dipsaci: old mine on Dipsacus fullonum

Dipsacus fullonum, België, Luik: oude mijn; © Jean-Yves Baugnée

Agromyza dipsaci: mine, detail

detail, om de vraatlijnen te tonen

Agromyza dipsaci: mine on Dipsacus fullonum

Dipsacus fullonum, Schinnen-Thull (li) © Wouter Bosgra

mijn

Blaasmijn, die onveranderlijk begint aan de bladrand en zich snel en sterk verbreedt, waardoor de mijn ietwat een trechtervorm krijgt. Primaire en secundaire vraatlijnen zijn zeer duidelijk. Frass in grote korrels. De larve verlaat de mijn voor de verpopping (volgens Spencer, 1954a, boogsnede aan de bladonderzijde).

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Dipsacus fullonum, pilosus.

fenologie

Larven in mei-juni, in 1 generatie (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis).

NE waargenomen (Wouter Bosgra, 2014).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland tot Frankrijk en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

larve

Achterspiraculum met ca. 40 papillen (Groschke, 1957a; Hering, 1957a).

opmerkingen

De Meijere (1926a) beschrijft de larve van een ongedetermineerde Agromyza, gekweekt uit Knautia; later (1928a) schrijft dit materiaal uiteindelijk gedetermineerd te hebben als A. dipsaci. Dit is onjuist: in werkelijkheid gaat het hier om A. woerzi.

literatuur

Černý & Vála (1999a), Groschke (1957a), Hering (1957a), Huber (1969a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1954a, 1957a, 1972a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

11/08/2016

Laatste bewerking 21.xi.2017