Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza flaviceps

Agromyza flaviceps Fallén, 1823

losse hopgangmaker

7381bz

Humulus lupulus, Duin en Kruidberg

mijn

Bovenzijdige gangmijn, die naar het eind toe verbreedt maar nooit een primaire, en maar zelden een secundaire blaas wordt. De wanden zijn onregelmatig uitgevreten. Geen associaties met de nervatuur. De frass ligt in een diffuse, groenige centrale band; na een paar regenbuien kan alle frass uitgewassen zijn, en zien de mijnen er wit uit. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Cannabaceae, monofaag

Humulus lupulus.

Door Maček (1999a, Slovenië) ook gemeld van Urtica urens.

fenologie

Larven in juni en augustus-najaar (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenommen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Italië, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2007); ook Bulgarijë (Buhr, 1941b).

larve

literatuur

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a, 1989a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2011a, 2013a), Drăghia (1968a, 1971a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Fazekas (2011a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1924b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1939a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Papp (2009a), Papp & Černý (2015a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a, 2000a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 22.iii.2018