Agromyza idaeiana Hardy, 1853

rozenmineervlieg

op Rosaceae > Rosoideae

Agromyza idaeiana: occupied mine on Potentilla spec.

Potentilla spec., Engeland, Norfolk, Downham Market © Rob Edmunds

Agromyza idaeiana:  mine on Filipendula ulmaria

Filipendula ulmaria, België, prov. Namen, Viroinval, Nismes, RN Sous Saint-Roch © Stéphane Claerebout

Agromyza idaeiana: mine on Filipendula ulmaria

Filipendula ulmaria, Amstelveen

Agromyza idaeiana: mine on Sanguisorba minor

Sanguisorba minor, België: Viroinval

Agromyza idaeiana: mine on Rubus fruticosus

Rubus fruticosus, Diemen

mijn

Gangmijn, die zich aan het einde geleidelijk sterk verbreedt. In het ganggedeelte ligt de frass in twee rijen van korreltjes, maar in de blaas ligt ligt het onregelmatig verspreid. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Acaena novae-zelandiae; Agrimonia eupatoria; Alchemilla acutiloba, “gracilis”, xanthochlora; Aremonia; Argentina anserina; Comarum palustre; Filipendula ulmaria, vulgaris; Fragaria x ananassa, moschata, vesca, virginiana, viridis; Geum aleppicum, rivale, urbanum; Potentilla alba, aurea, crantzii, erecta, grandiflora, heptaphylla, indica, norvegica, pensylvanica, recta, reptans, tabernaemontani; Rosa canina, micrantha, rugosa; Rubus caesius, fruticosus, hirtus, idaeus, odoratus, pedunculosus, saxatilis, spectabilis; Sanguisorba minor & subsp. balearica, officinalis; Sibbaldia.

In beperkte mate schadelijk op aardbeien (Hering, 1957a), braam en framboos (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer. 1973b).

fenologie

Mijnen vanaf eind juni, in twee generaties (Griffiths, 1962a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a; Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, als A. spiraeae).

LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2007).

larve

puparium

Geelbruin.

synoniemen

Agromyza potentillae Kaltenbach, 1864; A. spiraeae Kaltenbach, 1867; A. sanguisorbae Hendel, 1931; A. stackelbergi (Frey, 1946); A. erici Rydén, 1952.

opmerkingen

De synonymie van A. idaeaiana met A. potentillae is pas kortgeleden ontdekt. Vrijwel alle literatuur gebruikt nog deze laatste naam.
De mijnen lijken sterk op die van A. spiraeoidearum, maar die soort leeft op een andere subfamilie van de Rosaceae, namelijk de Amygdaloideae.

literatuur

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1933a), Andersen (2016a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a, 1989a), Beri (1971c), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a). Chałańska, Łabanowski & Soika (2006a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Tonguc, Ozgul & Dursun (2007a), Csóka (2003a), Drăghia (1971a), Eiseman & Lonsdale (2018a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1924a,b, 1925a, 1926b, 1954a, 1957a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Lhomme (1934d), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Papp & Černý (2015a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991a), Rydén (1926a, 1956a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1999a), Seidel (1957a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke, 1942a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).

mod 31.xii.2018