Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza igniceps

Agromyza igniceps Hendel, 1920

strakke hopgangmaker

Agromyza igniceps: mines on Humulus lupulus

Humulus lupulus, Duitsland: Xanthen

Agromyza igniceps: mines on Humulus lupulus

Humulus lupulus, België, prov. Luik, Angleur © Jean-Yves Baugnée

Agromyza igniceps: mines on Humulus lupulus

detail

mijn

Lange, smalle, weinig breder wordende gangmijn, die vaak over grote afstanden een nerf volgt. Het dunne blad van hop scheurt hier gemakkelijk in, ook al omdat de mijn vrij diep is. Frass in twee duidelijke rijen van korrels langs de gangwand. Voor de verpopping verlaat de larve de mijn middels een boogvormige snede in de bovenepidermis (in tegenstelling tot A. flaviceps op dezelfde waardplant).

waardplanten

Cannabaceae, monofaag

Humulus lupulus.

fenologie

Larven in mei-begin juni en augustus-najaar (Hering, 1957a); uitgesproken voorjaarsdier (Hering, 1963a).

BENELUX

BE door Leo Janssen in 2010 voor het eerst waargenomen: Niel-Walenhoek.

NE waargenomen (de Meijere 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Oostenrijk, en van Engeland tot Polen en Slowakije (Fauna Europaea, 2007).

larve

synoniemen

Agromyza humuli Hering, 1924.

opmerkingen

Veel minder algemeen dan A. flaviceps, die op dezelfde waardplant leeft.

literatuur

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a, 1989a), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý (2001a), Černý & Vála (1996a), Fazekas (2011a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1924b, 1955b, 1956a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Papp & Černý (2015a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1999a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

31/03/2017

Laatste bewerking 21.xi.2017