Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza lucida

Agromyza lucida Hendel, 1920

mijn

Bovenzijdige ondiepe gangmijn, die geen voldiepe gedeelten heeft, en hoog in het blad begint. Aanvankelijk loopt de mijn in de richting van de top, keert spoedig om, en wordt dan snel breder. Bij Deschampsia is er meestal 1 mijn per blad, en neemt de mijn uiteindelijk de hele bladbreedte in; bij Glyceria zijn er meestal verscheidene mijnen, die uiteindelijk fuseren. Verpopping buiten de mijn; het puparium kleeft vaak buiten aan het blad.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Cenchrus; Dactylis; Deschampsia cespitosa; Glyceria maxima.

Vermeldingen van “Agropyron”, Bromus, Holcus en Phragmites hebben betrekking op andere Agromyza-soorten.

fenologie

Larven in juni-juli en september-october (Griffiths, 1963a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Han-sur-Lesse, Deschampsia cespitosa).

NE waargenomen (de Meijere, 1928a, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van de Britse Eilanden tot de Baltische Staten, Polen en Oostenrijk (Fauna Europaea, 2007).

larve

puparium

Zwart of donkerbruin (Karl, 1926a).

synoniemen

Agromyza airae Karl, 1926.

literatuur

Beiger (1958a, 1965a, 1970a), Beri (1971c), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý (2001a, 2007a, 2009a, 2011a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Griffiths (1963a), Hering (1955b), Karl (1926a), Martinez (1984a), de Meijere (1939a), Pakalniškis (1990a, 1993a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1957a, 1972a,b, 1976a), Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 1.i.2019