Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza luteitarsis

Agromyza luteitarsis (Rondani, 1875)

mijn

Eén of twee larven in een blaasmijn nabij de bladtop. Verpopping buiten de mijn

waardplanten

Poaceae, nauw oligofaag

Hordeum vulgare; Secale cereale; Triticum aestivum.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Servië (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a): mandibel met 2 tanden; voorspiraculum met 8, achtspiraculum met 3 papillen.De papillen van het achterspiraculum zijn verlengd en maken elk een S-bocht, zoals ook bij cinerascens en intermittens (d’Aguilar, Chambon & Touber, 1976a).

puparium

Voorste segmenten zwart, achterste bruin (d’Aguilar, Chambon & Touber, 1976a).

synoniemen

Agromyza articulata (Rondani, 1875).

opmerkingen

Hering (1957a) noemt deze soort in het geheel niet. Zeer nauw verwant met A. intermittens, en mogelijk daarmee synoniem (Dempewolf, 2004a); als dat inderdaad zo mocht zijn is luteitarsis de geldige naam. Soms schadelijk op granen.

literatuur

Andersen (2016a), Andersen & Jonassen (1994a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Cole (1998a), Dempewolf (2004a), Gallo (1996a), Griffiths (1963a), Pakalniškis (1998a), Papp & Černý (2015a), Spencer (1976a, 1990a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 10.iii.2018