Agromyza megalopsis Hering, 1933

mijn

Een klein aantal eieren wordt in een dwarsrijtje afgezet, vlakbij de bladrand, niet ver van de bladbasis. Het eerste deel van de mijn bestaat uit een topwaarts lopend nauw gangetje. Belendende mijnen versmelten, zodat uiteindelijk één brede mijn resulteert met verscheidene larven. Na de eerste vervelling keert de richting van de mijn om, en wordt deze breder. Ongeveer de helft van de puparia wordt gevormd in de mijn (Geigenmüller, 1966a; Hering, 1962a), maar deze waarnemingen zijn gedaan tijdens massa-optreden, dus onder niet geheel normale omstandigheden.

waardplanten

Poaceae, nauw oligofaag

Hordeum vulgare & subsp. distichon; Secale; Triticum.

Hordeum is verreweg de belangrijkste waardplant. Volgens Papp & Černý zijn vermeldingen van Triticum onjuist.

verspreiding binnen Europa

Van Polen tot Spanje en van Frankrijk tot Kreta (Černý & Merz, 2006a; Gil Ortiz, 2009a; Fauna Europaea, 2011).

larve

De larve wordt beschreven door Darvas & Papp (1985a); de mandibel zou 2 grote tanden hebben, met daaronder nog 2 kleinere; voorspiraculum met 9, achterspiraculum met 3 papillen.

puparium

Achterspiracula (met 3 papillen) zo dicht bijeen dat ze elkaar raken (Spencer, 1973b).

synoniemen

Hoewel deze soort door Hering zelf beschreven werd, noemt hij hem nadien niet, ook niet in zijn hoofdwerk uit 1957, tot pas in 1962. Dat moet wel haast impliceren dat megalopsis in sommige van Hering’s beschrijvingen bij andere soorten ‘ondergeschoven’ is.

opmerkingen

Niet bekend uit Nederland of België, wel uit Duitsland (von Tschirnhaus, 1999a), en zowel daar als in de omgeving van Parijs een aantaster van gerst en rogge (Dempewolf, 2004a, Geigenmüller, 1966a; d’Aguilar, Chambon & Touber, 1976a).

Griffiths (1963a) veronderstelt dat de soort tot de A. ambigua-groep hoort (Darvas & Papp, 1985a zeggen er niets over), en daarop is de plaats in de tabellen gebaseerd.

literatuur

d’Aguilar, Chambon & Touber (1976a), Černý (2001a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2006a), Černý & Vála (1999a, 2006a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Darvas & Papp (1985a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2004a), Gallo (1996a), Gil Ortiz (2009a), Gil-Ortiz, Martinez & Jiménez-Peydró (2010a), Geigenmüller (1966a), Hering (1933c, 1962a), Griffiths (1963a), Papp & Černý (2015a), Spencer (1966a, 1973b), von Tschirnhaus (1999a).

mod 17.iii.2018