Agromyza nigrescens Hendel, 1920

Agromyza nigrescens: mine on Geranium pusillum

Geranium pusillum, Amstelveen, Schinkelbos

Agromyza nigrescens: mine

larve en frass

Agromyza nigrescens: mine on Geranium rotundifolium

jonge mijn

Agromyza nigrescens: mine on Geranium robertianum

Geranium robertianum, Blitterswijck; © Wouter Bosgra

Agromyza nigrescens: mine on Geranium rotundifolium

Geranium rotundifolium, Spanje, Pyreneeën, Esterri d’Anneu; © Paul van Wielink

Agromyza nigrescens: mine

detail

Agromyza nigrescens mine

sterk afwijkende mijn op Geranium columbinum, België, prov. Namen, Sosoye; © Jean-Yves Baugnée

mijn

De mijn wordt door Hering (1957a) als volgt beschreven: “Bovenzijdige mijn. Het begin is gangachtig en volgt meestal de bladrand. Daarna verbreedt de gang zich sterk, vomt een secundaire blaas, en krijgt onregelmatige, diep uitgevreten randen. Primaire en secundaire vraatlijnen duidelijk. Frass meestal in grote klompen. Verpopping buiten de mijn. De mijn treedt slechts zelden op bij Geranium robertianum; de frass in dan fijnkorrelig en de mijnen zijn kleiner.”

Het Nederlandse mijnenmateriaal verschilt sterk van beide typen, met name in het feit dat de frass voor een belangrijk deel draadvormig is. Hering speelt met de gedachte dat de vormen van Geranium robertianum en de andere Geranium-soorten twee verschillende soorten zouden kunnen zijn; in die benadering zou het Nederlandse materiaal een derde soort kunnen vertegenwoordigen. Maar er valt ook te denken aan een ongewoon groot effect van de waardplant-soort op de mijn en de frass.

waardplanten

Geraniaceae, oligofaag

Erodium moschatum; Geranium columbinum, dissectum, molle, nodosum, palustre, phaeum, pratense, purpureum, pusillum, robertianum, rotundifolium, sanguineum, sylvaticum.

fenologie

Larven in de zomer (Robbins, 1991a). De larven van het Nederlandse materiaal zijn verzameld in de eerste helft van september.

BENELUX

BE waargenomen (prov. Namen, Jean-Yves Baugnée).

NE waargenomen (Ellis, 2007: Amstelveen).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea (2007).

verspreiding binnen Europa

Europa ten westen van de lijn Finland – Polen – Servië, maar (nog?) niet bekend uit Ierland (Fauna Europaea (2007).

larve

puparium

synoniemen

Agromyza microchaeta Hendel, 1920, A. heringi de Meijere, 1925, A. oycoviensis Beiger, 1960.

opmerkingen

opm. Terwijl Hering (1957a) de soort zeldzaam noemt op G. robertianum schrijft Robbins (1991a) dat in England robertianum de enige waardplant is. Dat spoort met Hering’s vermoeden dat er onder nigrescens twee soorten zouden schuilgaan.

literatuur

Beiger (1960a, 1970a, 1972e), Buhr (1930a, 1932a, 1941a,b, 1964a), Černý (2004a, 2011A), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Chałańska, Łabanowski & Soika (2006a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Gil Ortiz (2009a), Hartig (1939a), Hering (1927a, 1932e, 1955b, 1957a, 1967a), Huber (1969a), Maček (1999a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1925a), Michalska (1970a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1993a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Rydén (1956a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1957f, 1972a,b, 1973c, 1976a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Withers (2007a), Zlobin (1986b).

mod 1.i.2019