Agromyza nigrociliata Agromyza nigrociliata

op grassen

Arrhenatherum elatius: mine in Arrhenatherum elatius

Arrhenatherum elatius, Amstelveen

Arrhenatherum elatius: mine in Arrhenatherum elatius

detail

Arrhenatherum elatius: mine in Arrhenatherum elatius

Arrhenatherum elatius, Nieuwendam

mijn

Bovenzijdige, groenige, gaandeweg breder wordende gang in de bladschijf die aanvankelijk in de richting van de bladtop loopt, omkeert, en daarna weer afdaalt. Door samenvloeien van mijn vaak verscheidene larven in een mijn. Frass in in vaak uitgelopen groenzwarte korrels. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Poaceae, breed oligofaag

Apera spica-venti; Arrhenatherum elatius; Avena; Dactylis glomerata; Eymus caninus; Elytrigia repens; Helictochloa versicolor; Hordeum murinum; Phalaroides arundinacea; Secale cereale; Triticum aestivum.

fenologie

Larven in juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).
;NE waargenomen (Ellis: vier vindplaatsen).
LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken tof het Iberisch Schierland de Alpen en Hongarije, en van Engeland tot Wit-Rusland; mogelijk ook in Zweden (Fauna Europaea, 2007); recentelijk waargenomen in Finland (Kahanpää).

larve

puparium

opmerkingen

Enigermate schadelijk op granen (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Dempewolf, 2004a).

literatuur

Beiger (1979b, 1989a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Bland (1994c), Černý (2001a, 2009a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Darvas & Papp (1985a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2004a), Griffiths (1962a, 1963a, 1964a), Hering (1953, 1955b, 1957a), Kahanpää (2014a), de Meijere (1925a), Pakalniškis (1998a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1971a, 1972a, 1973b, 1976a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Withers (2007a).

mod 14.xii.2018