Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza orobi

Agromyza orobi Hendel, 1920

Diptera, Agromyzidae

mijn

De mijn begint met een bovenzijdige gang, met onregelmatig uitgevreten randen, langs de bladrand; later verbreedt deze zich tot een grote blaas. Frass als zeer fijne korreltjes in twee rijen. Het blad kleurt zich in de omgeving van de mijn opvallend donker (Hering, 1924a). Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Lathyrus grandiflorus, laevigatus, latifolius, niger, sylvestris, tuberosus, vernus.

Door Papp & Černý ook geassocieerd met Vicia, maar zonder detail of referentie.

fenologie

Larven in mei (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken, Finland en de Baltische Staten tot Italië (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door de Meijere (1928a). De achterspiraculum met 3 papillen.

puparium

Bruin.

synoniemen

In het verleden wel in verband gebracht met A. bicophaga Hering, maar dat is een onafhankelijke soort (Spencer, 1971b).

literatuur

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a), Černý & Merz (2007a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1924a, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1928a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Michna (1975a), Pakalniškis (1993a), Papp & Černý (2015a), Skala (1936a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1959a, 1971b, 1976a), Starý (1930a), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1999a).

17/01/2016

Laatste bewerking 17.vii.2017