Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza phragmitidis larva

Agromyza phragmitidis

12643

Agromyza phragmitidis, Nieuwendam

1540412643

‘kop’ en kont

1417215343

Amsterdam, Nederhorst den Berg: voorspiraculum lateraal; achterspiracula dorsaal

1417215343

Amsterdam, Nederhorst den Berg: mandibels, mondveld

De larve wordt beschreven door Griffiths (1963a) en de Meijere (1925a). Achteruitsteeksels van het cephalopharyngeale skelet zwak gechitiniseerd. De mandibel heeft twee, weinig tot niet alternerende tanden. Onder de mandibels geen veld met stekeltjes, maar boven de mandibels wel een paar langgerekte papillen. De kop is snuitvormig verlengd, en heeft een kenmerkend patroon van fijne dwarsribbels. De achterspiracula laken elkaar.

De zwak gechitiniseerde achteruitsteeksels van het kopskelet onderscheiden deze soort gemakkelijk van A. hendeli, die eveneens op Phragmites leeft.

Ook Beri (1971c) beschrijft de larve, afkomstig van het gras Oplismenus compositus uit India. In zijn figuren zijn de achterarmen van het kopskelet sterk gechitiniseerd afgebeeld, zodat zijn determinatie niet correct kan zijn.

26.xii.2007

Laatste bewerking 25.vii.2017