Agromyza pseudoreptans Nowakowski, 1967

gewone brandnetelzoom

8258

Urtica doica, Duin en Kruidberg

8265

Urtica doica, Nieuwendam

mijn

Voldiepe gangmijn (ongewoon voor een agromyzide!) die meestal aan de bladrand begint, en in geen geval begint met een stel “darm-achtige” windingen. Verderop verbreedt de mijn zich sterk, maar blijft meestal in de buitenrand van het blad. Vaak verscheide larven in een mijn. Frass in brokjes of korte staafjes, nooit in lange draden. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Urticaceae, oligofaag (?)

Urtica dioica, pilulifera; Parietaria.

Het voorkomen op Humulus en Parietaria moet nog nader worden bevestigd.

fenologie

Larven in Nederland gevonden van eind mei tot begin november; mogelijk een voorzomer- en een (veel sterker) herfst-generatie. Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a) noemen de soort echter univoltien, met imagines in de nazomer.

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus; 1996a).

NE waargenomen (Ellis: veel vindplaatsen).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Frankrijk, Italië en Hongarije, en van Ierland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2007).

larve

puparium

synoniemen

Agromyza urticae Nowakowski, 1964.

opmerkingen

Pas in 1964 ontdekte Nowakowski (1964a) dat de klassieke soort A. reptans uit twee soorten bestond: A. reptans Fallén en een tweede onbeschreven soort, die hij A. urticae noemde. Omdat die naam al in gebruik bleek word hij kort daarna vervangen door A. pseudoreptans.

A. reptans is in onze streken veel zeldzamer dan pseudoreptans (Martinez, 1984a; Spencer 1976a, ook eigen ervaring). Oudere meldingen van reptans hebben daarom waarschijnlijk voor het merendeel betrekking op pseudoreptans.

literatuur

Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1970a, 1979a), Beuk (2002a), Černý (2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Eiseman & Lonsdale (2018a), Hering (1967a), Martinez (1984a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Pakalniškis (1990a, 1995a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a).

mod 14.xii.2018