Agromyza pseudorufipes Nowakowski, 1964

mijn

Bruine blaasmijn met één larve. Primaire en secundaire vraatlijnen onduidelijk. Frass in korte draadstukjes. Verpopping buiten de mijn; larve verlaat de mijn via een boogsnede in de bovenepidermis (Nowkowski, 1964a).

waardplanten

Boraginaceae, monofaag

Myosotis scorpioides, sylvatica.

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland tot Roemenië, en van de Baltische Staten tot Oostenrijk (Fauna Europaea, 2007).

larve

Nowakowski (1964a).

synoniemen

Mogelijk een jonger synoniem van A. canadensis Malloch, 1913 (Fauna Europaea, 2007).

literatuur

Černý (2009a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Michalska (1970a, 1976a), Nowakowski (1964a), Pakalniškis (1993a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1972a), von Tschirnhaus (1999a, 2000a).

mod 1.i.2019