Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza rondensis

Agromyza rondensis Strobl, 1900

mijn

Diepe, doorzichtige gang-blaasmijn. De mijn begint niet ver onder de bladtop, loopt aanvankelijk als een smal gangetje naar boven, keert dan om en wordt snel breder en blaasvormig. Slechts één larve in de mijn. Frass in geïsoleerde korrels. Verpopping buiten de mijn (NB Beri (1984a, geciteerd door Dempewolf, 2004a) zegt dat verpopping plaatsvindt in de mijn).

waardplanten

Poaceae, breed oligofaag

Arrhenatherum; Avena; Brachypodium; Bromus; Calamagrostis; Dactylis; Elytrigia repens;Hordeum; Piptatherum; Poa; Secale; Sorghum; Triticum aestivum.

fenologie

Larven van april tot september (Spencer, 1973b).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Thracië, en van Engeland tot Wit-Rusland en Roemenië (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door de Meijere (1943a, als ocellaris), Spencer (1973b), Beri (1984a) en Dempewolf (2004a). Het larvelichaam is aan de achterzijde mijn of meer recht afgesneden, niet schuin, zoals bij veel andere Agromyza-soorten. Voorspiraculum met 6-8 papillen in een ellips; achterspiracula op een verhevenheid, wijd uiteen (ca 4 x hun diameter), met 3 papillen. Mandibel alternerend, met twee tanden, waarvan de voorste veel groter is dan de achterste. Onder de mandibels een plek met fijne, terugwijkende bestekeling (kenmerk van de ambigua-soortengroep van Griffiths, 1963a).

synoniemen

Agromyza nigrifemur Hendel, 1931; A. ocellaris Hendel, 1920; A. veris Hering, 1951.

opmerkingen

Mijnen op de onderste bladeren van de planten (Hering, 1957a).

literatuur

Andersen (2016a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1979a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý (2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a, 2006a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Dempewolf (2004a), Drăghia (1970a), Gallo (1996a), Gil Ortiz (2009a), Griffiths (1962a, 1963a), Hering (1955b, 1957a, 1956a), Martinez (1984a), de Meijere (1943a), Pakalniškis (1993a, 1998a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1956a, 1960a, 1966a,b, 1972a,b, 1973b, 1974a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986b).

Laatste bewerking 1.i.2019