Agromyza rufipes

uit Hering (1954a, als A. buhriella). a : kopskelet; b : frontaal deel van de kop; c : voorspiraculum; d : achterspiraculum; e : deel van de bestekeling van het eerste abdomensegment, lateraal; maatstreepje is 0.1 mm.

Zie ook Nowakowski (1964a). De larve wordt eveneens beschreven door Beri (1971c) in feite tweemaal: als A. buhriella uit een soort Aster, en als rufipes van een onbekend gras; beide beschrijvingen zullen dus niet op rufipes betrekking hebben.

mod 25.vii.2017