Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Agromyza spenceri

Agromyza spenceri Griffiths, 1963

mijn

Het wijfje zet 3 of 4 eieren af in een rijtje dwars op de bladrand. De larven die eruit komen vreten elk een eigen gangetje in de richting van de bladtop. De gangetjes worden breder, en versmelten tot één gemeenschappelijke bovenzijdige mijn. Frass in vrij grote brokjes.

waardplanten

Poaceae, monofaag

Phragmites australis.

BENELUX

Niet waargenomen in de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van de Baltische Staten tot het Iberisch Schiereiland (Fauna Europaea, 2007). Door Griffiths (1963a) beschreven uit de Franse Alpen; hij vermoedde dat het een gebergte-soort zou zijn, maar Martinez (1984a) vond de soort, eveneens in Frankrijk, in het laagland.

larve

Achteruitsteeksels van het kopskelet sterk gechitiniseerd, bruin of zwart. Achterspiracula liggen ongeveer even ver uiteeen als hun eigen diameter.

opmerkingen

De donkere achteruitsteeksels van het kopskelet onderscheiden deze soort gemakkelijk van de gewone A. phragmitidis, die eveneens op Phragmites leeft. De larven van spenceri zijn slecht bekend, en vooralsnog is niet bekend hoe ze te onderscheiden zijn van die van A. hendeli.

literatuur

Beiger (1979a), Černý (2004a, 2013a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Bächli (2018a), Černý & Merz (2006a), Černý & Vála (1996a), Griffiths (1963a), Martinez (1984a), Nartshuk (2011a), Pakalniškis (1993a), Papp & Černý (2015a).

Laatste bewerking 17.iii.2019