Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Melanagromyza aenea

Melanagromyza aenea (Meigen, 1830)

op Urtica

parasiet

De larve leeft als boorder in het inwendige van de stengel; daar ook de verpopping.

waardplanten

Urticaceae, monofaag

Urtica dioica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

puparium

Puparium gelig wit tot bleek strokleurig. Achterspiracula sterk gechitiniseerd, diepzwart, door hun eigen diameter gescheiden, voorzien van een centrale gechitiniseerde stekel op een brede basis, omgeven door 14-18 goed gedifferentieerde papillen.

Melanagromyza aeneoventris: posterior spiracula

achterspiracula (uit Spencer, 1957d)

synoniemen

Melanagromyza fuscociliata Hendel, 1931.

literatuur

Bland (2001a), Černý (2001a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Merz (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Hering (1955b), Papp & Černý (2015a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Spencer (1972a, 1976a, 1990a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 14.xii.2018